“Het echte werk moet nog beginnen”

leestijd
0

leestijd:
± 0 min.

“Het echte werk moet nog beginnen”


Tijdens het minisymposium Zon op woensdag 11 oktober werden Statenleden en andere geïnteresseerden, onder leiding van dagvoorzitter Marijke Roskam, bijgepraat over wat er de afgelopen maanden is opgehaald rondom het thema “Grootschalige zonneparken in het landelijk gebied”. Oftewel het plaatsen van grote velden zonnepanelen buiten de bebouwde kom.

Dit thema is actueel, omdat er een wens is om in 2050 een energie- en CO2-neutrale provincie te zijn. Om dit te bereiken hebben we meer ruimte voor zonne-energie nodig, dan beschikbaar is op de daken. Uit berekeningen blijkt dat we ongeveer 1000 hectare aan zonnepanelen op de grond kwijt moeten om voldoende hernieuwbare energie op te wekken. Die 1000 hectare staat gelijk aan ongeveer 1 procent van de totale oppervlakte van Flevoland. De belangrijkste vraag waar nu nog over gediscussieerd wordt is: op welke manier kunnen we ruimte vinden voor zonnepanelen in het buitengebied?

Varianten

Er zijn namelijk verschillende opties: aan de rand van steden en dorpen, bij windmolenparken, langs wegen en dijken en op agrarische gronden. Tijdens de Atelierweek Zon eerder dit jaar zijn allerlei varianten uitvoerig besproken met partijen van binnen en buiten de provincie en het onderzoeksbureau Wing heeft alle voor- en nadelen op een rijtje gezet. Zij presenteerden deze zowel voor de economische kant als voor wat een zonnepark betekent voor het landschap en het aangezicht van de provincie. Eén heel duidelijke conclusie konden ze de zaal al meegeven: Voor agrariërs zijn zonneparken bedrijfsmatig heel aantrekkelijk. De opbrengst is gelijk aan (of zelfs hoger dan) het verbouwen van gewassen.

Agrariërs

Koren op de molen van de LTO zou je zeggen. Zij hebben een enquête gehouden onder hun leden en daaruit blijkt dat tweederde van hun leden geen voorstander is voor het gebruiken van landbouwgrond om zonne-energie te ‘oogsten’. Zij pleiten eerder voor het volleggen van alle daken die de agrariërs tot hun beschikking hebben. Een uitkomst die ook ondersteund wordt door het Flevolandse Agrarische Jongeren Kontakt, die ook nog een eigen enquête heeft gehouden onder haar leden. Maar omdat de jonge agrariërs het wel belangrijk vinden dat Flevoland verduurzaamd, willen ze wel meedenken over innovaties in hun vakgebied. Zo werd er geopperd om te kijken of het haalbaar is om een zonnepark zo te maken dat het mee kan in de roulatie van landbouwgrond. Zodat grond die braak ligt om te rusten, ingezet kan worden als tijdelijke zonneakker.

Showcase

Dit idee deed Wim Sinke, hoogleraar zonne-energie aan de UvA, uit zijn stoel opspringen. “Dat is een fantastisch idee!” Volgens hem mogen we trots zijn op de ambities die Flevoland voor zichzelf heeft gesteld. “Als jullie hier mee aan de slag gaan, dan kan Flevoland een showcase worden voor de rest van Nederland. Want we denken dat we al heel veel doen in Nederland, maar alles wat we nu doen is nog maar een vingeroefening voor het echte werk.” Volgens Sinke moeten we niet vergeten dat er met de overgang naar een duurzamere wereld ook allerlei mogelijkheden meekomen, zoals een enorme hoeveelheid nieuwe banen en dalende kosten voor energie.

Sociaal draagvlak

Maar alle technologische ontwikkelingen en mooie verhalen betekenen niets als er geen sociaal draagvlak voor is. Die boodschap kwam ook luid en duidelijk binnen via René de Rond, initiatiefnemer van het windpark Noordoostpolder. Hij drukte de aanwezigen op het hart dat je ook moet werken aan de maatschappelijke en sociale ruimte. Bij windenergie is dat geregeld dankzij een gebiedsbijdrage, voor zon moet daar nog over nagedacht worden. Als voorbeeld noemde hij dat juist de mensen die het niet zo breed hadden, de kans moeten krijgen om hun eigen stroom op te kunnen wekken via een zonnepark en daarmee lagere vaste lasten te krijgen. “Maar het is aan de overheden om de regels vast te stellen.”

Andere provincies

Flevoland is niet de eerste provincie waar wordt nagedacht over wat het beleid voor zonneparken zou moeten zijn. Twee andere provincies kwamen vertellen over hun ervaringen: In Groningen hebben er voor gekozen om voor een wat lossere aanpak te kiezen. En dat blijkt daar goed te werken: De doelstelling voor 2019 is nu al gehaald! De gemeenten maken zelf de invulling voor het beleid, en samen met de provincie vindt er maatwerk plaats voor de initiatieven. Noord-Holland heeft ervoor gekozen om het beleid strak neer te zetten. Initiatieven komen hierdoor minder makkelijk van de grond. “Wees flexibel in je beleid”, was dan ook de tip van Noord-Holland.

Zoek de zon op

Projectleider Jeroen Officier van de provincie sloot de middag af: “Goed om te merken dat zonne-energie leeft en dat het leidt tot goede gesprekken.” De uitdaging ligt nu in het stellen van de juiste kaders zodat er voldoende ruimte is voor initiatiefnemers en dat zonne-energie haar bijdrage kan leveren in de energieopgave waar Flevoland voor staat.

Terug naar het overzicht