Manifestatie Circulair Flevoland: de terugblik

Half verscholen tussen de bomen strekt een groot boerenerf zich uit. Vanuit de open deur van het hoofdgebouw waaiert de klassieke geur van soep met balletjes de bezoekers tegemoet. Binnen staat een bakfiets vol met brood gestald. Groene grondstoffen geven  een goed gevoel. Buitenlucht maakt hongerig. De gasten kauwen maar eens rustig op het stevige boerenbrood en denken na over de vraag die op een bierviltje ronduit voor hen staat uitgespeld. “Hoe circulair ben jij?”

Vermalen composiet
Als het middagprogramma wordt aangekondigd, draaien de deelnemers zich om. Na meerdere eerdere kennismakingen reiken zij elkaar nu opnieuw de hand. In kleine kringen maken zij de keuze om onderling een keteninitiatief aan te gaan, waarbij zij samen een duurzaam project uitwerken. Marieke van der Werf kent er wel een paar. Het voormalige kamerlid van het CDA staat inmiddels bekend als het boegbeeld van de circulaire economie in Flevoland. “Even kijken. Ja, daar zijn ze.” Vanaf het podium maakt ze een gebaar richting de zaal. “Flevoland loopt natuurlijk voorop als het om windmolens gaat. Zo´n zeshonderd windmolens zijn binnenkort aan het einde van hun levensduur. Ze zijn gemaakt van composiet, maar dat materiaal is niet zo makkelijk opnieuw te gebruiken  Deze heren hier hebben een manier gevonden om het composiet te vermalen tot een soort natuursteen. Daar kun je dan weer tegels van maken.”

Circulaire toekomst
De keteninitiatieven worden ondersteund door de provincie Flevoland. In 2030 wil Flevoland namelijk graag de bepalende grondstoffenleverancier voor een circulaire economie zijn. In het provinciehuis wordt daarom onder meer nadruk gegeven aan circulair inkopen, afvalscheiding en duurzaam aanbesteden. Bovendien werkt de provincie mee aan onderzoeken naar groene vernieuwingen en stimuleert ze ondernemers om met elkaar op een circulaire manier aan de slag te gaan. Ook in Bant. Gedeputeerde Jan-Nico Appelman schuift graag bij Marieke aan, die zojuist een filmpje heeft vertoond. “We verdienen nog steeds geld ten koste van het milieu,” verzucht ze. Appelman knikt. Hij deelt haar zorgen. “Met het oog op de Floriade wil ik graag een paviljoen dat volledig biobased is. We willen kansen creëren, de kosten in kaart brengen en die kansen dan ook grijpen. Maar dan lopen we tegen problemen aan. Want de kennis is er nog niet. De markt heeft soms nog te weinig volume.”

“Gewoon om geld”
Zijn publiek reageert instemmend. Ook de paddenstoelenproducent uit Lelystad, de Europese leverancier van steenpapier en de Windesheimstudenten die zich buigen over duurzaamheid in het provinciehuis zijn soms nog zoekende. Evenals de deskundigen die komen vertellen over circulair boeren. “De markt moet het zelf ook willen,” is de conclusie van sprekers en toehoorders. “Het gaat soms toch gewoon om geld.”

Flevo Campus
Op het grote podium heeft een bedaarde man met baard plaatsgenomen. “Joris Lohman,” stelt hij zichzelf voor. “Ik ben betrokken bij de Flevo Campus, een verzamelplek waar studenten, bedrijven en onderzoekers samen zoeken naar oplossingen voor het wereldwijde voedselvraagstuk. Vanuit deze rol bekijken we samen met boeren hoe zij hun bedrijf op een duurzame manier kunnen ontwikkelen. We merken dat met name jonge boeren zeer geïnteresseerd zijn in onze ondersteuning.”

Bodemkwaliteit
Naast hem zit Wim Dijkman. Hij is projectleider van het Actieplan Bodem en Water, een programma dat boeren onder meer stimuleert om bewuster met hun grondstoffen om te gaan. Hoewel de bodemkwaliteit in Flevoland onder druk staat, is Dijkman lovend over de manier waarop boeren in Flevoland hun grond beschermen. “Ik ken geen andere provincie waar agrariërs zo goed om hun grond denken. Een deel van de stoffen die zij produceren, gaan gewoon terug de aarde in. Voor anderen zijn dat reststromen die misschien elders gebruikt hadden kunnen worden, maar deze boeren hebben de stoffen hard nodig. Voor hun eigen grond.”

Grenzen tussen  werkvelden
Ondertussen moedigen Joris en Wim de Flevolandse boer van harte aan om zich samen met hen te oriënteren op nieuwe methoden om een bijdrage te leveren aan het milieu en de circulaire economie. Ze verrijken het verhaal van Joris Lohman graag met een aantal praktische voorbeelden. “Boeren zouden bijvoorbeeld gewassen kunnen gaan verbouwen die vervolgens weer gebruikt kunnen worden in bouwplaten of kleding. Wat zou het bovendien mooi zijn als een melkveehouder gebruik kon maken van de stikstof die door een akkerbouwer beschikbaar wordt gesteld. Dat kan nu nog niet. De melkveehouderij en de akkerbouw zijn twee gescheiden werelden. “Kijk eens naar de hoeveelheid fosfaat die nu in het riool terechtkomt,” vult Joris aan. “Als je dat materiaal zorgvuldig opvangt, kun je daar de hele Flevolandse landbouw van voorzien.” De grenzen tussen verschillende werkvelden zouden soms dus minder strak omlijnd kunnen worden, vinden beide. “Veel boeren hebben nu vooral ook aandacht voor de export, maar ook de eigen omgeving verdient aandacht. Hoe kun je ook andere sectoren het beste bedienen? Daar verdiepen wij ons in. Doe vooral met ons mee.”