1. 2018
  2. 2017
  3. 2016
  4. 2015

Hoe houden we Flevoland Flevolands?

Het is al lang geen vraag meer óf Flevoland een eigen identiteit heeft en na uitvoerig onderzoek weten we ook wát die identiteit is. De hamvraag die nog open blijft, is ‘Hoe kunnen we – met elkaar – die identiteit bewaken, uitdragen en hoe kunnen we erop doorontwikkelen? Om een antwoord te vinden op die vraag, kwamen op 25 juni zo’n 30 mensen bij elkaar in het provinciehuis. Samen vertegenwoordigden zij gemeenten, waterschap, natuur- en landschapsorganisaties, recreatie en toerisme en de provincie.

Vertrekpunt is de Omgevingsvisie FlevolandStraks waarin Het Verhaal van Flevoland één van de opgaven is. “Door wereldwijde trends gaan veel plekken steeds meer op elkaar lijken. Hierdoor neemt de eigenheid af. We willen graag dat Flevoland zich hieraan onttrekt en zijn eigen verhaal blijft vertellen. Het verhaal dat Flevolanders blijvend bindt”.

Avontuurlijke Regisseur

Bureau Buhrs ging voor de Provincie op pad om te achterhalen wat in Flevoland tot erfgoed behoort en wat de eigenheid van Flevoland is. Dit verwerkten zij tot een identiteitskompas. Flevoland blijkt een ‘Avontuurlijke Regisseur’ te zijn. De heersende overtuiging is dat mensen de toekomst bepalen. Een gebied dat letterlijk door mensenhanden is gemaakt en ook naar de toekomst toe door mensen wordt vormgegeven.

Marinka van Vliet presenteerde namens Buhrs ook de ideeën over hoe deze eigenheid van Flevoland het beste kan worden uitgedragen. Met slimme marketingtechnieken zoals merkverbinding, een uniforme uitstraling en een toolkit vol voorbeelden, proeftuinen en pilots kom je al een eind. Maar, zo benadrukte van Vliet, je moet het niet alleen vertellen, je moet het vooral ook laten zíen. In beleid, in projecten en in producten.

Bouwen aan het merk

Dit alles is te organiseren binnen de bestaande organisaties en verbanden. Zolang er maar regie op het verhaal wordt gehouden en ieder bereid is er langere tijd op in te zetten. Het is immers geen sprint, het is meer een marathon om te bouwen aan je verhaal en je imago.

Na een verfrissend drankje was de vloer voor drie experts die ieder zo hun eigen ideeën hadden bij het vraagstuk hoe je ruimtelijk de identiteit kunt (of zelfs moet) bewaken.

Terug naar de tekentafel

Landschapsarchitect Jorrit Noordhuizen waarschuwt dat de leegte – of het gevoel van leegte – dat zo eigen is aan Flevoland, bedreigt wordt. “De grote transities op gebied van wonen, energie en mobiliteit gaan een beroep doen op het landschap”. Noordhuizen haalt terug hoe het ontwerp van de Flevopolders in zijn werk ging. “Dat ging met weloverwogenheid, precisie en mandaat. Er werd een prachtige synthese gecreëerd tussen landbouw, waterkunde en landschap. En dat is precies wat we nu ook weer nodig hebben, een nieuwe synthese.”

Schaamgroen

“Want”, zo stelt Noordhuizen, “de eerste haarscheurtjes in het landschap doen zich al voor. En landschap heeft een zekere ‘hygiëne-factor’: je bent je er niet van bewust, maar als het weg is, merk je de negatieve gevolgen.” Zoals in de NOP waar het ontwerp niet meer past op de huidige schaal van de landbouw en waar grote bedrijven en zonneweides worden neergezet. Een beetje ‘schaamgroen’ moet voor inpassing in het landschap zorgen.

Weloverwogenheid, precisie en mandaat

Noordhuizen pleit er daarom voor om opnieuw een regionaal plan te maken en opnieuw te gaan tekenen vanuit visie en vanuit de weloverwogenheid, precisie en mandaat van toen. Waar ‘met vreugde gewerkt en economisch geleefd kan worden’ – om ingenieur de Blocq van Kuffeler te citeren. Het regionaal plan moet een kwaliteitskader bieden en moet inspireren om de nieuwe transities vorm te geven. Een nieuwe synthese tussen landschap en datgene dat er in het landschap plaats moet vinden. Dit zal een nieuw beroep doen op het pioniersschap van Flevoland. Lukt het om opnieuw een landschap te creëren dat de belofte in zich heeft om over 50-100 jaar als erfgoed te worden bestempeld?

bekijk ook:NOHNIK…these_.pdfEssay Jorrit Noordhuizen

Co-evolutie als antwoord op falende planning

Luuk Boelens, professor Ruimtelijke Planning aan de Universiteit van Gent, staat wat sceptisch tegenover het terug brengen van de planologie uit de jaren 50. “De moderne planning faalt”, aldus Boelens. “De toekomst is nu eenmaal niet maakbaar en er bestaat er iets als een alomvattende visie. Wanneer je enkel kijkt naar de wereld van de berekeningen (percieved space) en de wereld van de mooie beelden (conceived space), dan zie je de leefwereld (lived space) over het hoofd en zullen je plannen falen”.

Het feit dat er in Nederland ooit 3.400 waterschappen waren en tegenwoordig nog maar 24 is voor Boelens een bewijs dat er een enorme versystematisering plaats heeft gevonden.

Boelens pleit dus voor meer betrokkenheid van de mensen en ondernemers die in het gebied leven. Participatie is misschien niet het juiste woord. Boelens noemt het liever ‘Co-evolutie’, oftewel samen ergens naar toe bewegen.

bekijk ook:BOELEN…voland.pdfEssay Luuk Boelens

Provincie, ga plannen – alstublieft!

Adriaan Geuze, landschapsarchitect en oprichter van Bureau West8, is het hartgrondig oneens met Boelens. “Planning is het verboden woord geworden bij VROM sinds minister Dekker. Maar het is een walgelijk misverstand dat je af zou moeten van regels”, betoogt hij. “Land maken is het enige waar Nederland kampioen in is.  Land maken en land schilderen. Dat is onze legacy”. Nu het Rijk heeft besloten niet meer aan planning te doen, moet dit dus door de provincies en gemeenten gedaan worden, aldus Geuze.

Geuze is fan van Flevoland, “het is de mooiste provincie die er is. En dat is te danken aan de ingenieurs en planners en landschapsarchitecten van toen. Aan het vakmanschap”. Geuze neemt de toehoorders mee langs het staaltje vernuft dat Flevoland is. De proefpolder bij Andijk, het waterkundig onderzoek van Lorenz. “Lely was de masterplanner, maar implementatie is echt een ander vak. De Blocq van Kuffeler heeft juist daar heel erg over nagedacht. En Wageningen en Delft zaten er met onderzoek diep in. Die drie vakmanschappen waren cruciaal”.

Als platen van de Beatles

De polders van Flevoland zijn volgens Geuze als de platen van de Beatles. “Iedere volgende was anders en wéér beter. Wáág het dus niet om één plan voor heel Flevoland te maken. En doe géén concessie aan de landbouw.” Het is Geuze dan ook een doorn in het oog wanneer hij in de NOP zonneweides ziet verschijnen. “Hier hoort grondgebonden landbouw, het is de beste grond van de wereld!”

Een nieuwe RIJP

Als Geuze maar één advies zou mogen geven zou dat deze zijn: “Richt MORGEN de Rijksdienst IJselmeerpolders opnieuw op (maar dan Provinciaal). Breng het vakmanschap en de planning terug. Er lopen nog 22 oude RIJP-ers , de ervaring is nog op te halen en in een nieuwe jas te gieten.” Zelf zou hij de eerste bepaling al wel weten: geen bedrijfshal meer van de grond als het dak niet vol zonnepanelen komt te liggen.

Rommel krijg je vanzelf

De grootste angst van Geuze is dat de provincie de landschappelijke ontwikkelingen ‘aan de markt’ en de massa cultuur over gaat laten. “Geloof mij, de markt heeft wel een plan. Alle zichtlocaties langs de snelwegen zijn al opgekocht door vastgoedontwikkelaars. Zij wachten geduldig tot er een keer een wethouder door de knieën gaat, de bestemming verandert en …CASH.”

“Dus, provincie, neem de leiding”, roept Geuze op. “Denk groot en ga plannen maken! De provinciegrens is je mandaat. Pak die en ga aan de slag. Organiseer het vakmanschap in je dienst en laat je niet ringeloren door ‘de markt’”.

bekijk ook:Verhaa…_Geuze.pdfEssay Adriaan Geuze

Discussie

Na dit bevlogen betoog gaan experts en publiek met elkaar in debat over een aantal stellingen. Over een nieuwe ‘RIJP’ worden de heren het niet eens. Wel is er een duidelijke oproep voor meer vakmanschap bij de overheid/ een overheidsdienst en een overheid die zijn mandaat pakt om zaken te bepalen. Maar die kan het nog altijd niet alleen. Je zult daar wel met andere partijen – ondernemers, inwoners – over uit moeten komen, al was het maar omdat de nieuwe Omgevingswet dat voorschrijft. Welke vorm van participatie (of co-evolutie) dan het meest geschikt is, dat blijft zoeken. Participatie wordt helaas vaak begrepen als ‘iedereen moet wat mogen zeggen en alles moet gerealiseerd worden’. Dat is het zeker niet. Maar dat je er met elkaar uit moet kunnen komen, bewijst het voorbeeld in de Beemster waar gezamenlijk een set van ‘heilige sloten’ is aangewezen die behouden moeten blijven. Deze gezamenlijkheid is mogelijk wanneer partijen het eens zijn over het gezamenlijke verhaal. En daarmee is de cirkel weer rond met het begin van de middag – het identiteitskompas. Omdat veel Flevolanders van buiten naar de provincie komen, moet er worden geïnvesteerd om hen het verhaal van hun provincie mee te geven. Dat zal oog en waardering voor de landschappelijke kwaliteit verhogen.

Eigen herinnering toevoegen?

Wij willen de tijdlijn voorzien van persoonlijke herinneringen. En daar hebben we jou bij nodig! Heb je een herinnering bij deze gebeurtenis? Deel deze met ons en de rest van Flevoland.
Waar komt mijn herinnering terecht? Jouw herinnering word opgeslagen in onze database, zodat we de herinnering ook op de website kunnen tonen. Er wordt verder niks gedaan met jouw herinnering. Mocht je hem van de website willen kun je ons altijd mailen/bellen.

Het is al lang geen vraag meer óf Flevoland een eigen identiteit heeft en na uitvoerig onderzoek weten we ook wát die identiteit is. De hamvraag die nog open blijft, is ‘Hoe kunnen we – met elkaar – die identiteit bewaken, uitdragen en hoe kunnen we erop doorontwikkelen? Om een antwoord te vinden op die vraag, kwamen op 25 juni zo’n 30 mensen bij elkaar in het provinciehuis. Samen vertegenwoordigden zij gemeenten, waterschap, natuur- en landschapsorganisaties, recreatie en toerisme en de provincie.

Vertrekpunt is de Omgevingsvisie FlevolandStraks waarin Het Verhaal van Flevoland één van de opgaven is. “Door wereldwijde trends gaan veel plekken steeds meer op elkaar lijken. Hierdoor neemt de eigenheid af. We willen graag dat Flevoland zich hieraan onttrekt en zijn eigen verhaal blijft vertellen. Het verhaal dat Flevolanders blijvend bindt”.

Avontuurlijke Regisseur

Bureau Buhrs ging voor de Provincie op pad om te achterhalen wat in Flevoland tot erfgoed behoort en wat de eigenheid van Flevoland is. Dit verwerkten zij tot een identiteitskompas. Flevoland blijkt een ‘Avontuurlijke Regisseur’ te zijn. De heersende overtuiging is dat mensen de toekomst bepalen. Een gebied dat letterlijk door mensenhanden is gemaakt en ook naar de toekomst toe door mensen wordt vormgegeven.

Marinka van Vliet presenteerde namens Buhrs ook de ideeën over hoe deze eigenheid van Flevoland het beste kan worden uitgedragen. Met slimme marketingtechnieken zoals merkverbinding, een uniforme uitstraling en een toolkit vol voorbeelden, proeftuinen en pilots kom je al een eind. Maar, zo benadrukte van Vliet, je moet het niet alleen vertellen, je moet het vooral ook laten zíen. In beleid, in projecten en in producten.

Bouwen aan het merk

Dit alles is te organiseren binnen de bestaande organisaties en verbanden. Zolang er maar regie op het verhaal wordt gehouden en ieder bereid is er langere tijd op in te zetten. Het is immers geen sprint, het is meer een marathon om te bouwen aan je verhaal en je imago.

Na een verfrissend drankje was de vloer voor drie experts die ieder zo hun eigen ideeën hadden bij het vraagstuk hoe je ruimtelijk de identiteit kunt (of zelfs moet) bewaken.

Terug naar de tekentafel

Landschapsarchitect Jorrit Noordhuizen waarschuwt dat de leegte – of het gevoel van leegte – dat zo eigen is aan Flevoland, bedreigt wordt. “De grote transities op gebied van wonen, energie en mobiliteit gaan een beroep doen op het landschap”. Noordhuizen haalt terug hoe het ontwerp van de Flevopolders in zijn werk ging. “Dat ging met weloverwogenheid, precisie en mandaat. Er werd een prachtige synthese gecreëerd tussen landbouw, waterkunde en landschap. En dat is precies wat we nu ook weer nodig hebben, een nieuwe synthese.”

Schaamgroen

“Want”, zo stelt Noordhuizen, “de eerste haarscheurtjes in het landschap doen zich al voor. En landschap heeft een zekere ‘hygiëne-factor’: je bent je er niet van bewust, maar als het weg is, merk je de negatieve gevolgen.” Zoals in de NOP waar het ontwerp niet meer past op de huidige schaal van de landbouw en waar grote bedrijven en zonneweides worden neergezet. Een beetje ‘schaamgroen’ moet voor inpassing in het landschap zorgen.

Weloverwogenheid, precisie en mandaat

Noordhuizen pleit er daarom voor om opnieuw een regionaal plan te maken en opnieuw te gaan tekenen vanuit visie en vanuit de weloverwogenheid, precisie en mandaat van toen. Waar ‘met vreugde gewerkt en economisch geleefd kan worden’ – om ingenieur de Blocq van Kuffeler te citeren. Het regionaal plan moet een kwaliteitskader bieden en moet inspireren om de nieuwe transities vorm te geven. Een nieuwe synthese tussen landschap en datgene dat er in het landschap plaats moet vinden. Dit zal een nieuw beroep doen op het pioniersschap van Flevoland. Lukt het om opnieuw een landschap te creëren dat de belofte in zich heeft om over 50-100 jaar als erfgoed te worden bestempeld?

bekijk ook:NOHNIK…these_.pdfEssay Jorrit Noordhuizen

Co-evolutie als antwoord op falende planning

Luuk Boelens, professor Ruimtelijke Planning aan de Universiteit van Gent, staat wat sceptisch tegenover het terug brengen van de planologie uit de jaren 50. “De moderne planning faalt”, aldus Boelens. “De toekomst is nu eenmaal niet maakbaar en er bestaat er iets als een alomvattende visie. Wanneer je enkel kijkt naar de wereld van de berekeningen (percieved space) en de wereld van de mooie beelden (conceived space), dan zie je de leefwereld (lived space) over het hoofd en zullen je plannen falen”.

Het feit dat er in Nederland ooit 3.400 waterschappen waren en tegenwoordig nog maar 24 is voor Boelens een bewijs dat er een enorme versystematisering plaats heeft gevonden.

Boelens pleit dus voor meer betrokkenheid van de mensen en ondernemers die in het gebied leven. Participatie is misschien niet het juiste woord. Boelens noemt het liever ‘Co-evolutie’, oftewel samen ergens naar toe bewegen.

bekijk ook:BOELEN…voland.pdfEssay Luuk Boelens

Provincie, ga plannen – alstublieft!

Adriaan Geuze, landschapsarchitect en oprichter van Bureau West8, is het hartgrondig oneens met Boelens. “Planning is het verboden woord geworden bij VROM sinds minister Dekker. Maar het is een walgelijk misverstand dat je af zou moeten van regels”, betoogt hij. “Land maken is het enige waar Nederland kampioen in is.  Land maken en land schilderen. Dat is onze legacy”. Nu het Rijk heeft besloten niet meer aan planning te doen, moet dit dus door de provincies en gemeenten gedaan worden, aldus Geuze.

Geuze is fan van Flevoland, “het is de mooiste provincie die er is. En dat is te danken aan de ingenieurs en planners en landschapsarchitecten van toen. Aan het vakmanschap”. Geuze neemt de toehoorders mee langs het staaltje vernuft dat Flevoland is. De proefpolder bij Andijk, het waterkundig onderzoek van Lorenz. “Lely was de masterplanner, maar implementatie is echt een ander vak. De Blocq van Kuffeler heeft juist daar heel erg over nagedacht. En Wageningen en Delft zaten er met onderzoek diep in. Die drie vakmanschappen waren cruciaal”.

Als platen van de Beatles

De polders van Flevoland zijn volgens Geuze als de platen van de Beatles. “Iedere volgende was anders en wéér beter. Wáág het dus niet om één plan voor heel Flevoland te maken. En doe géén concessie aan de landbouw.” Het is Geuze dan ook een doorn in het oog wanneer hij in de NOP zonneweides ziet verschijnen. “Hier hoort grondgebonden landbouw, het is de beste grond van de wereld!”

Een nieuwe RIJP

Als Geuze maar één advies zou mogen geven zou dat deze zijn: “Richt MORGEN de Rijksdienst IJselmeerpolders opnieuw op (maar dan Provinciaal). Breng het vakmanschap en de planning terug. Er lopen nog 22 oude RIJP-ers , de ervaring is nog op te halen en in een nieuwe jas te gieten.” Zelf zou hij de eerste bepaling al wel weten: geen bedrijfshal meer van de grond als het dak niet vol zonnepanelen komt te liggen.

Rommel krijg je vanzelf

De grootste angst van Geuze is dat de provincie de landschappelijke ontwikkelingen ‘aan de markt’ en de massa cultuur over gaat laten. “Geloof mij, de markt heeft wel een plan. Alle zichtlocaties langs de snelwegen zijn al opgekocht door vastgoedontwikkelaars. Zij wachten geduldig tot er een keer een wethouder door de knieën gaat, de bestemming verandert en …CASH.”

“Dus, provincie, neem de leiding”, roept Geuze op. “Denk groot en ga plannen maken! De provinciegrens is je mandaat. Pak die en ga aan de slag. Organiseer het vakmanschap in je dienst en laat je niet ringeloren door ‘de markt’”.

bekijk ook:Verhaa…_Geuze.pdfEssay Adriaan Geuze

Discussie

Na dit bevlogen betoog gaan experts en publiek met elkaar in debat over een aantal stellingen. Over een nieuwe ‘RIJP’ worden de heren het niet eens. Wel is er een duidelijke oproep voor meer vakmanschap bij de overheid/ een overheidsdienst en een overheid die zijn mandaat pakt om zaken te bepalen. Maar die kan het nog altijd niet alleen. Je zult daar wel met andere partijen – ondernemers, inwoners – over uit moeten komen, al was het maar omdat de nieuwe Omgevingswet dat voorschrijft. Welke vorm van participatie (of co-evolutie) dan het meest geschikt is, dat blijft zoeken. Participatie wordt helaas vaak begrepen als ‘iedereen moet wat mogen zeggen en alles moet gerealiseerd worden’. Dat is het zeker niet. Maar dat je er met elkaar uit moet kunnen komen, bewijst het voorbeeld in de Beemster waar gezamenlijk een set van ‘heilige sloten’ is aangewezen die behouden moeten blijven. Deze gezamenlijkheid is mogelijk wanneer partijen het eens zijn over het gezamenlijke verhaal. En daarmee is de cirkel weer rond met het begin van de middag – het identiteitskompas. Omdat veel Flevolanders van buiten naar de provincie komen, moet er worden geïnvesteerd om hen het verhaal van hun provincie mee te geven. Dat zal oog en waardering voor de landschappelijke kwaliteit verhogen.